De elektrische auto zou dé toekomst zijn. De subsidies stroomden, de laadpalen schoten uit de grond, en iedereen praatte over zijn volgende EV. Maar in 2026 tekent zich iets opvallends af: steeds meer Nederlanders kiezen bij hun volgende auto toch voor een plug-in hybride, de PHEV. Auto-economen zagen het al aankomen, de marktcijfers bevestigen het nu.
Het PHEV-aandeel in nieuwe autoverkopen steeg het afgelopen jaar van 14 procent naar 19 procent, en economen verwachten dat het dit jaar richting de 22 procent gaat. Dat terwijl het aantal volledig elektrische auto's in Europa intussen al 1 op de 5 nieuwe auto's is. Hoe kan dat allebei tegelijkertijd?
Wat er veranderd is aan de markt
Tot voor kort betaalde je minder belasting op een EV. De BPM-vrijstelling was aanzienlijk, de bijtelling was gereduceerd, en via de SEPP-subsidie kon je duizenden euro's terugeisen. Die tijd is voorbij.
Vanaf dit jaar betaal je over een elektrische auto gewoon 22 procent bijtelling over de volledige cataloguswaarde, net als bij elke andere auto. De aanschafsubsidies zijn verdwenen. De BPM-vrijstelling is afgeschaft. De enige resterende tegemoetkoming voor EV-rijders is een 30 procent korting op de motorrijtuigenbelasting, die doorloopt tot 2028.
Het netto kostenvoordeel van een elektrische auto is daarmee fors gekrompen. Niet verdwenen, want stroom blijft in de meeste gevallen goedkoper dan benzine, maar de rekensommen die drie jaar geleden glashelder in het voordeel van de EV uitpakten, zijn nu een stuk genuanceerder.
De echte kosten van een EV in 2026
Wie vandaag een elektrische auto overweegt, stuit op een lastige combinatie van factoren. De aanschafprijs van een EV is gemiddeld hoger dan die van een vergelijkbare benzine- of PHEV-variant. De afschrijving is onzeker, zeker op modellen met een bescheiden actieradius. En de verwachte restwaarden op de tweedehandsmarkt fluctueren nog flink.
Daarboven op komen de laadkosten. Thuisladen is relatief goedkoop, maar wie veel onderweg is en aangewezen is op snelladers, betaalt soms meer dan verwacht. Snellaadsessies op het vaste netwerk kosten al snel 50 tot 70 cent per kWh, waarmee de brandstofbesparing deels teniet wordt gedaan.
Wie de ANWB-berekeningen voor autokosten in 2026 erbij pakt, ziet dat elektrisch rijden nog steeds voordelen biedt, maar de marge kleiner is geworden. Voor mensen die weinig kilometers rijden, of weinig thuis kunnen laden, valt de balans anders uit dan voor de high-volume rijder met een eigen laadpaal.
Wat een PHEV wel biedt
Een plug-in hybride rijdt elektrisch waar het kan, schakelt over op benzine waar het moet, en vraagt van de bestuurder geen keuze tussen bereik en gemak. Voor mensen die af en toe lange ritten maken, is dat aantrekkelijk: de eerste 50 tot 80 kilometer op stroom, daarna tanken zoals altijd.
Moderne PHEV's zijn aanzienlijk verbeterd ten opzichte van de vroege generaties. Actuele modellen als de Toyota RAV4 Plug-in, de Volkswagen Passat GTE en de Mitsubishi Eclipse Cross PHEV halen realistische elektrische rijranges van 50 tot 75 kilometer, genoeg voor het dagelijkse woon-werkverkeer van de meeste Nederlanders.
Een bijkomend voordeel is de vertrouwdheid. Je tankt als het moet, je hebt geen laadangstzorgen voor een vakantiereis, en je hoeft niet na te denken over de laadinfrastructuur op je bestemming. Voor gezinnen met een druk rijschema is dat soms simpelweg comfortabeler.
Wanneer is een EV nog de betere keuze
De opkomst van de PHEV betekent niet dat de elektrische auto zijn beste tijd heeft gehad. Integendeel: het aanbod betaalbare EV's groeide het afgelopen jaar van 16 naar 37 modellen onder de 35.000 euro. De Renault Twingo E-Tech, die later dit jaar verschijnt voor minder dan 20.000 euro, verlaagt de drempel verder.
Voor mensen die dagelijks veel thuis of op het werk laden, die een vaste rijroutine hebben en die nooit of zelden een lange afstand rijden, blijft een EV de meest rationele keuze. Bekijk ook ons overzicht van betaalbare elektrische auto's die nu de moeite waard zijn - de opties zijn een stuk interessanter geworden dan een paar jaar geleden.
Het is niet alles of niets. Een EV past bij de ene situatie, een PHEV bij de andere.
Waarom dit een bewuste keuze is, geen stap terug
Er is een neiging om de PHEV-comeback te framen als een mislukking van de elektrische transitie. Dat klopt niet. Wat er werkelijk gebeurt, is dat consumenten nu eindelijk zonder subsidiedwang hun eigen afweging maken. En die afweging leidt niet voor iedereen naar een volledig elektrische auto.
Auto-economen noemen dit een normalisering van de markt. Na jaren van kunstmatig aangejaagde EV-vraag vanwege fiscale voordelen, weerspiegelen de keuzes van 2026 eerder wat mensen werkelijk willen betalen en hoe ze werkelijk rijden.
Dat maakt de PHEV niet de winnaar en de EV niet de verliezer. Het zijn gewoon twee verschillende producten die twee verschillende rijprofielen bedienen. Wie zijn auto financiert via private lease, doet er goed aan beide opties serieus te vergelijken, want het verschil in maandelijkse kosten is in sommige segmenten kleiner dan je denkt. Lees ook ons artikel over private lease als bewuste financieringskeuze om te zien hoe je dat het beste aanpakt.
De echte vraag is niet: EV of PHEV? De vraag is: wat past bij jouw rijgedrag, laadmogelijkheden en budget? En steeds meer Nederlanders beantwoorden die vraag met "plug-in hybride."